Frans ten Dijck, bijgenaamd "De Man"
Frans ten Dijck,
bijgenaamd “De Man”

De vereniging De Mander is opgericht in 1929, voortkomend uit een groep jongeren die zich “Zoo mèr get” noemde.
De naam De Mander is afgeleid van de heer Frans ten Dijck die de bijnaam “De Man” had en die de kost verdiende als kuiper (vatenmaker). Op de foto links zien wij hem op zijn vijftigste verjaardag met lauwerkrans en “Ziepesjprènger”.

De Mander was in die dagen hoofdzakelijk een gezelligheidsclub die actief was bij de vele festiviteiten die Sittards in die dagen rijk was.
Net als de verenigingen zoals “De Aanhauwtesj” en “Wo-Van” was het voornaamste doel van hun inzet het behoud van de Sittardse volkscultuur en het organiseren van liefdadigheidsprojecten.

 

De kleding van De Mander bestond uit een rokkostuum met rood-gele revers en een gele hoge hoed. Als ridderorde had De Mander de “orde van d’n iezere man”. 

Historisch is het maskerade verbod dat tijdens de carnaval in 1932 door burgemeester Coenders afgekondigd werd om de goede zeden en openbare orde te handhaven. De verenigingen de Aanhauwtesj en De Mander hebben zich hier destijds hevig tegen verzet waarbij de gevoeligheden over en weer danig hoog opliepen.

 

Toon Hermans tijdens een van zijn vele Sittardse revues.
Toon Hermans tijdens een van zijn vele Sittardse revues.

Voor het verkrijgen van de nodige financiën organiseerde De Mander vanaf de tweede helft van de dertiger jaren bals, tuinfeesten en vooral revues.
In deze Mander revues traden behalve de Manderleden zelf ook de jonge Toon Hermans veelvuldig op. Achter de schermen was Toon tevens aktief als liedjesschrijver, tekstdichter en decorbouwer.

Met name in de oorlogsjaren zorgde de Mandere revues voor een stukje ontsnapping uit de harde werkelijkheid. De revues waren dan ook erg geliefd. Alleen al van september 1940 tot november 1941 werden 4 producties op de planken gebracht met de titels “Lachen is Troef’, ‘Feestparade’, ‘Alles is oké’ en Bontje Perpluu’. De Manderijntjes – de dames van de Manderleden – kregen als dansgroep altijd veel applaus.

 

In 1939 werd de toenmalige voorzitter van De Mander Karel Hendriks uitgeroepen tot stadsprins van carnavalsvereninging De Marotte. Vanwege de oorlogsjaren is hij dit tot 1946 gebleven.

Direkt na de oorlog werden nog een drietal revues georganiseerd waaronder de de zeer succesvolle revue ‘Tara boem diejee’. Dit was tevens de laatste Sittardse revue waaraan Toon Hermans meegewerkt heeft.

 

In het midden de eerste voorzitter van de Marotte direct na de fusie, Dom Vandenbergh. Rechts de oud-voorzitter van de Mander, Karel Hendriks. Links staat Wil Heuts.
In het midden de eerste voorzitter van de Marotte direct na de fusie, Dom Vandenbergh. Rechts de oud-voorzitter van de Mander, Karel Hendriks. Links staat Wil Heuts.

Dat burgervaders vroeger meer in de melk te brokkelen hadden dan nu blijkt ook uit het feit dat in 1948 de Sittardse carnavalsverenigingen De Mander, De Aanhauwtesj en de Marotte gedwongen moest fuseren tot één carnavalsvereniging. De laatstgenoemde vereniging werd de naamgever van de nieuwe club. De Mander is nog enkele jaren als vriendenclub verdergegaan maar is uiteindelijk in 1953 doodgebloed. De vereninging De Mander is echter nooit opgegeven.

In 1968 is op aandringen van de “slapende” leden Frits Pfennings (toenmalig ceremoniemeester) en Karel Hendriks de vereniging “heropgericht” door Jacques Pfennings (nieuwe voorzitter) en Jules Hendriks (nieuwe secretaris).

 

Het definitieve besluit voor de heroprichting is genomen direkt na de sacramentsprocessie van dat jaar onder toezegging van Frits Pfennings aan toenmalige Vorst Marot Lambaer Claessens dat De “nieuwe” Mander geen carnavalsvereniging zou worden maar een culturele vereniging.

Gezien de leeftijd van de (her)oprichters (toen 17 en 18 jaar) en de eerste leden heeft de vereniging in de eerste jaren het predicaat “jongerenvereniging De Mander” gevoerd.

Het behoud van volkscultuur en het stimuleren van liefdadigheid zijn sindsdien belangrijke doelstellingen van De Mander.